Inloopvallen.

Bosmuis.

Huismuis.

Dwergmuis.

Veldmuis.

Veldmuis.

Noordse woelmuis

Naast grootte, iets langere staart en meer in de vacht verborgen oren, verschilt de noordse woelmuis van de veldmuis door opvallend lichtgekleurde tenen. Een kenmerk dat op deze afbeelding goed te zien is.

Huisspitsmuis op inloopval.
Het logo van Zonnestraal, de wereld van de akkerranden Akkerranden

Onderzoek:
zoogdieren in de bloemrijke akkerranden van Zonnestraal

Het akkerlandschap is in de loop der jaren steeds grootschaliger geworden. Grote intensief bewerkte percelen, bemesting en veelvuldig gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, hadden tot gevolg dat er voor de natuur, in de vorm van wilde planten, insecten, vogels en zoogdieren, in het polderlandschap maar weinig leefgebied overbleef. Veel verdween en de soorten die zich konden handhaven leiden veelal een onzeker bestaan in de schaarse groenstroken die nog resten.

Met bloemrijke akkerranden kunnen we de natuur in het buitengebied een handje helpen. Behalve dat het milieu er bij gebaat is doordat er minder voedingstoffen en pesticiden in het oppervlaktewater terecht komen omdat deze randen niet bespoten en bemest worden, kunnen bloemrijke akkerranden een aantrekkelijk leef- en/of voedselgebied voor tal van planten- en diersoorten vormen.

De meeste planten en dieren zijn in het open polderland sterk afhankelijk van de aanwezige 'groene infrastructuur' als dijken, wegbermen, slootkanten, beplanting, erven en eventuele natuurgebieden. De akkerranden van Zonnestraal vormen een aanvulling op en een verbreding van deze groene infrastructuur.

In de beginjaren van het akkerrandenbeheer, toen nog 'Project Zonnestraal' geheten, is gekeken naar het voorkomen van wilde planten, insecten en vogels op de randen. Momenteel loopt er een onderzoek naar de betekenis van de akkerranden voor (kleine) zoogdieren. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Kees de Kraker van Ecologisch adviesbureau Sandvicensis te Burgh-Haamstede. Daarbij wordt onder andere het volgende onderzocht:

- welke soorten zoogdieren komen op de bloemrijke akkerranden voor en hoe talrijk zijn deze?

- komen overal dezelfde soorten voor?

- wat is de relatie tussen de vegetatiesamenstelling van de akkerrand en de hierop voorkomende soorten?

- zijn er omgevingsinvloeden? (aangrenzend gewas, locatie e.d)


Bij kleine zoogdieren moeten we vooral denken aan verschillende soorten muizen en hun predatoren, de marterachtigen. Uiteraard maken grotere zoogdieren als haas en ree ook wel gebruik van de akkerranden, maar vanwege hun grote mobiliteit zijn ze niet sterk aan een bepaalde plaats gebonden. De relatie met de akkerranden ligt bij hun dan ook minder duidelijk.

Het onderzoek wordt verricht met zogenaamde 'life-traps'. Inloopvallen die bestaan uit een doorloopgedeelte, waarbij een deurtje dichtklapt en een leefgedeelte dat voorzien is van hooi en voedsel.

Een serie vallen wordt op vaste afstand van elkaar in een gedeelte van een akkerrand gezet. Dit noemt men een raai. Bij controle worden dichtgeklapte vallen boven een plastic zak opengemaakt. Van het gevangen dier wordt de soort genoteerd, eventueel de leeftijd en sekse bepaald, het beest wordt gewogen en gemerkt (door plukjes haar van de vacht te knippen) om herkenning bij hervangst mogelijk te maken. Vervolgens wordt het dier weer losgelaten.

Hieronder volgt een afbeelding en een beschrijving van een aantal soorten die op de akkerranden voorkomen.


Bosmuis

In 1999 de meest gevangen soort. Bosmuizen kan men goed herkennen aan de grote ogen en oren, de warm bruine bovenkant en de witte buik. Ze hebben lange achterpoten en bewegen zich in open terrein springend voort. Ze komen in allerlerlei biotopen voor en kunnen nieuwe gebieden snel koloniseren. Als voedsel hebben ze een sterke voorkeur voor zaden. Dat kunnen beukenootjes en eikels zijn, maar ook de kleine zaden van allerlei onkruiden lusten ze graag.

Het blijkt dat bosmuizen vooral in het eerste jaar van inzaai op de akkerranden voorkomen. Dan is er veel voedsel (zaden van granen, bladramenas, gele mosterd, zonnebloem e.d.) en er is nog veel kale grond tussen de plantenstengels (lage bedekking) waardoor de bosmuis zich makkelijk kan verplaatsen.


Huismuis

In een aantal akkerranden werden in 1999 veel huismuizen gevangen. De huismuis is wat kleiner dan de bosmuis, heeft een grijs-bruine kleur (ook de buik is grijs), geen opvallend grote ogen of oren en ruikt sterk (typische muizengeur). De huismuis is veelal aan bebouwing gebonden, waar ze 's winters ook hun heenkomen zoeken. De huismuis is een alleseter, maar toont ook een zekere voorkeur voor zaden.

De huismuis komt vooral in het eerste jaar van inzaai voor op akkerranden met een open structuur en een groot aanbod aan zaden, met name granen. Daarbij bleken ze tot op honderden meters van de dichtstbijzijnde bebouwing het veld in te trekken.


Dwergmuis

De dwergmuis is de dwerg onder de 'ware muizen' waartoe ook bosmuis, huismuis en bruine rat behoren. Het is een rossig gekleurd muisje met een lange staart. Een echte klimmer die 's zomers boven de grond leeft en een hangend bolvormig nestje in de vegetatie maakt. Het is al weer zo'n granivoor die erg van zaden houdt. Ze komen nooit in grote aantallen voor.

Vooral in 1999 werd een aardig aantal dwergmuizen gevangen. Daarbij bleek er een relatie te bestaan met aan de akkerrand grenzende graanvelden die al geoogst waren. Een perceel met graan biedt dus tijdelijk een geschikt leefgebied. Na de oogst wijken de overlevenden uit naar de perceelsranden.


Veldmuis

De veldmuis was in 2000 de meest gevangen soort. Veldmuizen behoren tot de woelmuizen en leven vooral van groene plantendelen, zaden en wortels. Het zijn grauwbruine muizen met een wat stompere kop, korte staart en oren die deels in de vacht schuilgaan. Ze kunnen in sommige jaren in grote aantallen voorkomen (er is sprake van een 3-jarige cyclus met topjaar, daljaar en een jaar met gemiddeld niveau). Ze vormen een belangrijk onderdeel in het voedselpakket van uilen en roofvogels. Waar veel woelmuizen zitten is de bodem zacht (omgewoeld) en zijn tal van uitgeknaagde vaste looppaadjes in de vegetatie te vinden.

Veldmuizen blijken een duidelijke voorkeur voor oudere sterk vergraste randen te hebben. Bewerking van de bodem is voor de ondiep wonende veldmuis funest.


Noordse woelmuis

Deze woelmuis houdt er een vergelijkbare leefwijze als de veldmuis op na, maar ze hebben een voorkeur voor nattere terreinen. Het is een zeldzame soort, een beestje dat na het terugtrekken van het landijs sinds de laatste IJstijd zich hier en daar heeft kunnen handhaven. De Nederlandse populatie behoort vanwege de langdurige isolatie zelfs tot een aparte ondersoort. Voor het beleid is het een soort die valt onder de zogenaamde Habitat-richtlijn, waarbij verstrekkende beperkingen kunnen worden opgelegd aangaande planologische inrichting van gebieden. Op Schouwen-Duiveland komt deze soort verhoudingsgewijs nog veel voor. De noordse woelmuis is forser dan de veldmuis en heeft een langere staart.

Zowel in 1999 als in 2000 werd 1 exemplaar op de bloemrijke akkerranden gevangen. Waar veldmuizen voorkomen, wordt de soort verdrongen naar de natte gebieden. Op akkerranden kan de noordse woelmuis de concurrentie met de veldmuis niet aan. Zo'n 50 jaar geleden waren veldmuizen op Schouwen een zeldzaamheid en vond men overal noordse woelmuizen.


Huisspitsmuis

Spitsmuizen eten insecten, spinnen, slakken en dergelijke. De huisspitsmuis leeft in een kleinschalige omgeving met veel afwisseling zoals dorpsranden, boerenerven en begraafplaatsen. Het is een bruinig beestje met spitse snuit.

Huisspitsmuizen werden met name op oudere randen gevangen, waar veel voedsel in de vorm van kevers, spinnen en slakken aanwezig is.


Bosspitsmuis

De bosspitsmuis is wat kleiner dan de huisspitsmuis en heeft een licht (gelig) gekleurde buik. De bosspitsmuis is ook een soort van het kleinschalig landschap, met minder nadruk op cultuur - dus minder bij bebouwing. De soort komt voor in allerlei biotopen waar insecten te vinden zijn en voldoende dekking is.

Bosspitsmuizen werden af en toe gevangen in oudere (meerjarige) akkerranden. Waarschijnlijk komt de soort meer voor, maar werd niet het goede lokaas gebruikt.


Wezel

De wezel is een kleine marterachtige die op muizen jaagt. De soort werd enkele malen gevangen.


Terug Onderzoek naar insecten Inhoudsoverzicht